Samenwerken bij incidenten

Bij een groot incident waar meerdere VGGM-hulpdiensten bij betrokken zijn, is het van belang dat alle partijen snel hetzelfde beeld van de situatie hebben. Pas dan kan effectief worden gehandeld. We kijken hoe dat gaat aan de hand van een incident afgelopen zomer.

“We willen snel in dezelfde film komen...” Zo noemen Harco van Oorschot (brandweer) en Reggie Diets (ambulancedienst) het [beide niet op de foto].

Het gaat om een suïcide waarbij ook de inzet van de brandweer nodig was. Harco van Oorschot was op die dag Officier van dienst voor de brandweer. Hij vertelt: “Ik had op die dag piketdienst. Zo’n melding komt binnen via de centralist op de 112-centrale. Bij dit geval was ik de hoogst leidinggevende van de brandweer ter plaatse.”

Motorkap-overleg
Bij een incident in de openbare ruimte kom je vaak in een chaos terecht, zegt Van Oorschot. Zeker als er publiek bij betrokken is. Brand moet worden geblust, slachtoffers moeten worden geholpen, de locatie moet worden afgezet, mensen moeten worden opgevangen. Het is de taak van de hulpdiensten om zo snel mogelijk structuur te scheppen bij alle commotie. Van Oorschot: “We werken volgens de BOB-structuur. ‘Beeld, Oordeel, Besluitvorming.’” Hij gaat verder: “Er zijn op dat moment meerdere disciplines aan de slag. Van ons en van onze ketenpartners. Die ga ik niet voor de voeten lopen. Ik zoek op locatie meteen de aanspreekpunten op, de officieren van politie en van de ambulancedienst. Dan houden we als eerste een ‘motorkap-overleg’.”

Je brengt elkaar snel op vlieghoogte

Dat motorkapoverleg moeten we letterlijk nemen, vertelt Reggie Diets, bij dit incident de Officier van dienst van de GHOR. Hij zegt: “Dat overleg is de eerste fysieke afstemming tussen de ketenpartners op de locatie. Je brengt elkaar op de hoogte wáár je zit in je eigen processen, in de ‘mono-kolom’. Het is het beeld van de film. Je wil allemaal snel in dezelfde film komen. We staan daar rond de motorkap van het dienstvoertuig als wit, blauw en rood, en dan breng je elkaar op vlieghoogte. Waar zijn wij mee bezig? Waar zijn jullie mee bezig? Wat moeten we nog doen? Het is heel belangrijk dat je een goed beeld hebt van elkaars processen, dat je precies weet wat je te doen staat.”

Ook op afstand kan een incident heel aangrijpend zijn

De inzet van de verschillende diensten is na dit incident geëvalueerd. Nog dezelfde dag (een ‘hot-debriefing’ noemt Van Oorschot dit), en ook later, via collegiale nazorg. Ook de onderlinge samenwerking tussen de betrokken disciplines op de locatie zijn na afloop geëvalueerd. Er kwam, zo vertelt Van Oorschot, één leerpuntje uit: “We hadden bij het nazorggesprek ook de betrokken centralisten moeten uitnodigen. De mensen in de meldkamers, aan de telefoon, die meeluisteren met de communicatie. Ze werken op afstand, maar ook dan kan een incident heel aangrijpend en eventueel belastend zijn.”

Samen als één team
Zowel Harco van Oorschot als Reggie Diets kijken met tevredenheid terug. Diets: “Dit incident is goed gemanaged.” Van Oorschot: “Ja, ik kijk er positief op terug. Er is goed samengewerkt. Met drie partijen, later met vier toen de gemeente er bijkwam voor de communicatie. Er is goed gewerkt in de eigen organisaties, -mono- én in de hele keten, -multi-. Met meerdere partijen en meerdere rollen, maar samen als één team.”

en dan is er de nasleep van een calamiteit...
 

Op het moment van een incident is de inzet van VGGM het meest zichtbaar. Ambulances rukken uit, de brandweer verlaat met loeiende sirene de kazerne, traumahelikopters worden opgeroepen. Als het stof eenmaal is neergedaald, komen er achter de schermen andere medewerkers in actie. Jos Joosten is er daar één van. Ze vertelt over de nasleep.
 
Toezichthouder Wmo
Jos coördineert het toezicht op de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Aanbieders van Wmo-ondersteuning (bijvoorbeeld dagbesteding of beschermd wonen) moeten calamiteiten of geweld bij ons melden. Een calamiteit is een onverwachte gebeurtenis, waarbij een cliënt van een instelling overlijdt of ernstige (gezondheids)schade oploopt.

“Het is onze rol om te kijken of er kwalitatief goed gehandeld is...” vertelt ze. “Heeft een instelling genoeg gedaan om een incident te voorkomen?” De beoordeling gaat voor een groot deel via een formulier. Als het nodig is, gaat een van onze toezichthouders op inspectiebezoek. Soms, zoals in het geval van een suïcide in de openbare ruimte, gaat Jos ook praten met collega’s binnen VGGM. Ze praat dan met medewerkers van de GHOR of van Forensische Geneeskunde. “Uiteindelijk maken we een rapport op. Meestal zijn daarin verbetervoorstellen opgenomen. In het geval van de suïcide hebben we vooral gekeken naar de risico-inschatting door de betrokken partijen en op het verbeteren van de aansluiting tussen de verschillende aanbieders van zorg. In het algemeen zie je dat op dat punt -de aansluiting- dingen mis gaan. In dit geval hebben we als advies gegeven: probeer éérder een risico-inschatting te maken, leg die schriftelijk vast en deel hem met betrokken partijen.”

Het gaat niet om sancties, het gaat om verbetering

Calamiteiten en incidenten zijn eigenlijk nooit te voorkomen, zegt Joosten. “Wat je wel kunt doen, is het aantal incidenten reduceren. Ons werk kan daaraan bijdragen. Wij zorgen ervoor dat zorgaanbieders het werk zo kunnen organiseren dat de kans op calamiteiten afneemt. Het gaat ons niet om het uitdelen van sancties. Het gaat om verbetering. Wat kun je doen om te zorgen dat een incident niet nóg een keer voorkomt? Waar zitten de risico’s, en hoe kun je die zo klein mogelijk houden? Hoe zorg je dat de afstemming tussen partijen verbetert? De Wmo is een redelijk recente wet, je ziet dat veel partijen nog zoekend zijn bij de afstemming. Daar kunnen wij bij helpen.”

Voeg toe aan selectie